|
In de 19de eeuw verwerven tal van
particuliere maatschappijen concessies voor de aanleg van
een spoorlijn. Denken we maar aan de Chemin de fer d'Anvers à Gand
(1842), de Compagnie du Nord Belge (1845), de Grand Central
Belge (1864), de Société Générale d'Exploitation (1867)
en ook de Chemin de fer de Dendre-et-Waes (1852).
De
geschiedenis van een spoorweglijn doorheen de Dendervallei begint echter
al in 1845 toen Engelse financiers een concessie verkrijgen
voor een spoorlijn van Ath naar Dendermonde en Gent. De Société Anonyme
Chemin de Fer de la vallée de la Dendre of Dendre Valley Railway
and Canal Company krijgt alle mogelijkheden om
vanaf 1845 voldoende kapitaal aan te trekken om deze spoorlijn uit te
bouwen. In het Belgisch Staatsblad van 23 juni 1845 verscheen de wet die
toelating geeft tot een concessie gedurende 90 jaar. Naast de spoorweg van
Ath naar Dendermonde, verkrijgt de maatschappij ook een concessie voor de
aanleg van een kanaal tussen Jemappes en Aalst. Voor elk project
wordt door de Belgische overheid één miljoen Belgisch frank waarborg
gevraagd. Hoofdingenieur Desart (staat) en ingenieur Rennie van de
Dendre Valley Railway and Canal Company zijn verantwoordelijk voor de
bepaling van het juiste traject zowel van spoorweg als kanaal.
De stad Aalst ijverde al jaren voor de
aanleg van een spoorlijn tussen Brussel en Gent. Staatsingenieur
Desart vermeldt in een rapport uit 1846 Aalst dan ook als
één van de belangrijkste Belgische spoorwegsteden in wording. Komt daar nu nog de
verleende concessie bij aan de Chemin de Fer de la vallée de la Dendre
én het is duidelijk dat de Waalse steenkolen en steenslag uit de regio
Ath en Lessines niet alleen via de Dender,
maar nu ook via een snelle spoorweglijn tot in Lokeren en zelfs
Nederland kunnen geraken. In 1851 doet de Société Anonyme
Chemin de Fer de la vallée de la Dendre of Dendre Valley Railway
and Canal Company echter afstand van haar concessie en wordt ontbonden.
De Société anonyme du Chemin deFer de
Dendre et Waes et de Bruxelles vers Gand
wordt de eerste spoorlijn die uiteindelijk niet door Engelse kapitaal
wordt gefinancierd, maar door Belgische bankiers van de
Société Générale . Jean-André De Mot en
Jean-Baptiste Gendebien verwerven samen met Prosper en Ferdinand
Spitaels in 1852 een concessie voor de aanleg van een spoorweg van
Brussel naar Aat via Denderleeuw. De
Société Générale neemt de aanleg van de spoorlijn op zich en legt een
spoorlijn aan van Ath naar Lokeren via Aalst en Dendermonde, van Brussel
naar Denderleeuw en van Aalst naar Schellebelle.
De exploitatie wordt overgelaten aan de Belgische Staat mits een
vergoeding bepaald door het aandeel in de opbrengsten van deze
spoorlijn. Op 9 juni 1853 begint de exploitatie van de lijn tussen Aalst en
Dendermonde, het traject Ath-Geraardsbergen wordt geopend op 9 april 1855
en het deel Geraardsbergen - Aalst volgt op 1 december 1855. Op 13
februari 1856 is het deel Dendermonde - Lokeren klaar voor
ingebruikname. De Société anonyme du Chemin deFer de Dendre et Waes
et de Bruxelles vers Gand is een zeer winstgevende onderneming
aangezien op basis van de bruto-ontvangsten een onophoudelijke
inkomstenstroom wordt gegenereerd. Pas vanaf 1876 (20 jaar na de afwerking
van de lijn) kan de Staat de spoorlijn terugkopen.
Voor het ontwerp van de
stations doet men beroep op Jean-Pierre Cluysenaar die stations ontwerpt
te Ternat, Denderleeuw, Ninove, Zandbergen, Idegem, Geraardsbergen,
Deux-Acren, Lessines, Papignies, Rebaix, Schellebelle, Aalst, Gijzegem, Lede,
Dendermonde, Zele en Lokeren.
Cluysenaar stelde zijn ontwerpen voor in
het boek : Bâtiments des stations et maisons de garde. Chemin de fer
de Dendre-et-Waes (D'Ath à Lokeren) et de Bruxelles vers Gand par Alost,
uitgegeven te Brussel bij Van der Kolk in 1855.
| Dienstregelingen uit
1885, 1913 en 1955 |
Verzameling Steven De
Schuiteneer |